In 1995 is het Comité Asbestslachtoffers opgericht. Het was duidelijk dat de enorm toegenomen toepassing van asbest in Nederland jaarlijks leidde tot vele honderden slachtoffers en dat dit ook de komende decennia nog het geval zou zijn.
Slachtoffers die probeerden langs juridische weg een schadevergoeding af te dwingen, kwamen echter in een juridisch doolhof terecht, terwijl zij de gevolgen van hun blootstelling aan asbest met de dood moesten bekopen. Om aan deze dubbele lijdensweg van asbestslachtoffers een einde te maken, werd het Comité opgericht. We kunnen nu zeggen dat het werk van het Comité zeker succesvol is geweest. Vergeleken met de situatie van voor 1995 is er veel verbeterd. Maar al die verbeteringen ten spijt moeten we helaas constateren dat ook nu nog de asbestslachtoffers deskundige hulp nodig hebben wanneer zij voor hun rechten willen opkomen.
Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers
Met de overheidsregeling voor asbestslachtoffers, die in december 2007 in werking is getreden, is één van de eisen van het Comité gerealiseerd. Met deze regeling erkent de overheid de asbestslachtoffers die lijden aan de ziekte mesothelioom (long- of buikvlieskanker). Het gaat bij deze regeling om een voorschot van de overheid dat uitgekeerd wordt aan iedereen waarbij de ziekte mesothelioom is geconstateerd. Het is daarbij niet belangrijk waar de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden; voldoende is het feit dat het slachtoffer met asbest in aanraking is geweest (mesothelioom wordt alleen door asbest veroorzaakt).
De uitkering is een voorschot; wanneer het slachtoffer bijvoorbeeld via zijn werkgever volledige schadeloosstelling weet te verkrijgen, dan moet het voorschot worden terugbetaald. Wanneer er geen aansprakelijke partij aan te wijzen is, wordt het voorschot omgezet in een definitieve uitkering. Deze regeling moet door het slachtoffer zelf worden aangevraagd.
Na het aanvragen van het voorschot moet het onderzoek naar een mogelijk aansprakelijke partij beginnen. De ervaring van het Comité Asbestslachtoffers is dat deskundige hulp daarbij onontbeerlijk is.
Asbestslachtoffers die lijden aan longkanker of asbestose hebben geen recht op de overheidsregeling. Zij kunnen wel, wanneer zij weten waar zij aan asbest zijn blootgesteld, de veroorzaker aansprakelijk stellen voor de schade.
Waarom het Comité Asbestslachtoffers?
Uit eigen ervaring als nabestaanden van asbestslachtoffers weten de leden van het Comité Asbestslachtoffers als geen ander wat het is om geconfronteerd te worden met de verschrikkelijke gevolgen van blootstelling aan asbest. De medische lijdensweg is helaas niet te voorkomen, daarom zet het Comité Asbestslachtoffers zich in om de juridische lijdensweg zoveel mogelijk bij de slachtoffers weg te nemen.
Wat mag u verwachten van het Comité Asbestslachtoffers?
Allereerst een luisterend oor van een van de vrijwilligers van het Comité. Hij of zij weet uit eigen ervaring wat het is om met een asbestziekte geconfronteerd te worden.
Daarnaast werkt het Comité nauw samen met een aantal specialisten die u kunnen bijstaan bij het verkrijgen van een schadevergoeding. U moet daarbij denken aan juristen die gespecialiseerd zijn in schadeclaims van asbestslachtoffers, arbeidsdeskundigen die onderzoek kunnen doen naar uw arbeidsverleden en als laatste schaderegelaars die ervoor zorgen dat u uiteindelijke ook uw volledige schade vergoed krijgt. Jarenlange ervaring heeft ons geleerd dat asbestslachtoffers die professionele steun helaas nog steeds hard nodig hebben.
Naast de persoonlijke belangen van asbestslachtoffers komt het Comité Asbestslachtoffers ook op voor hun algemene belangen. Het Comité Asbestslachtoffers blijft zich sterk maken voor erkenning in de vorm van een overheidsregeling voor alle asbestslachtoffers, erkenning voor de zogenaamde asbestweduwen en regelgeving om nieuwe asbestslachtoffers te voorkomen. Zolang er in de samenleving asbest aanwezig is, zullen wij in de toekomst geconfronteerd blijven worden met nieuwe asbestslachtoffers. Alleen het voortvarend aanpakken van dit probleem kan op termijn veel menselijk leed voorkomen. Onder het motto “Asbest, de vervuiler betaalt” zal het Comité met alle middelen die ons ten dienste staan de asbestproducenten en de overheid blijven wijzen op hun verantwoordelijkheden.
Het Comité Asbestslachtoffers en het Instituut Asbestslachtoffers
In 2000 is met steun van de overheid het Instituut Asbestslachtoffers in werking getreden. Het Comité Asbestslachtoffers was bij het ontstaan van dit Instituut de belangrijkste initiatiefnemer. Onze opvatting was en is dat ieder asbestslachtoffer recht heeft op een snelle erkenning. Om dit doel te realiseren leek een samenwerking met werkgevers en verzekeraars een goede oplossing. Met de toezegging dat ook de overheid bereid was haar verantwoording te nemen, via de Tegemoetkomingsregeling Asbestslachtoffers (TAS-regeling), werd een belangrijke stap gezet voor de asbestslachtoffers. De afspraken die gemaakt zijn tussen de vertegenwoordigers van de slachtoffers, de werkgevers, de verzekeraars en de overheid zijn vastgelegd in het “convenant asbestslachtoffers” dat nu wordt uitgevoerd door het Instituut Asbestslachtoffers. In dit convenant is onder andere vastgelegd dat het Instituut Asbestslachtoffers een bemiddelende rol tussen het slachtoffer en zijn werkgever vervult.
Door de ontwikkelingen bij het Instituut Asbestslachtoffers op de voet te volgen heeft het Comité Asbestslachtoffers in de loop der jaren de overheid weten te overtuigen van de noodzaak om de TASregeling uit 2000 verder uit te breiden. De inspanningen van het Comité Asbestslachtoffers hebben er voor gezorgd dat nu iedereen met mesothelioom recht heeft op minimaal het voorschot van de overheid en dat dit voorschot ook snel bij de slachtoffers terecht komt.
Helaas heeft de ervaring ook geleerd dat de bemiddelende rol van het Instituut Asbestslachtoffers vaak niet leidt tot een volledige schadevergoeding voor de asbestslachtoffers. Zij verkeren vaak ten onrechte in de veronderstelling dat het instituut uitsluitend voor de slachtoffers optreedt. In feite kan het instituut echter alleen bemiddelen tussen enerzijds de slachtoffers en anderzijds de werkgevers.
Als de werkgever niet aan de bemiddeling wil meewerken of de aanspraak van het slachtoffer afwijst, loopt de bemiddeling op niets uit. Het slachtoffer krijgt in dat geval alleen de standaard tegemoetkoming van de overheid (SVB).
Hoewel de gang naar de rechter in die situatie voor het slachtoffer openstaat, constateert het Comité Asbestslachtoffers dat slachtoffers vaak afhaken omdat zij hun rechten niet voldoende kennen, terwijl er wel degelijk juridische mogelijkheden zijn om schadevergoeding te krijgen.
Daar komt bij dat asbestslachtoffers met asbestose of longkanker helemaal niet door het Instituut worden geholpen, daar de regelingen tot nu toe alleen gelden voor mesothelioom-patiënten.
Daarom is het Comité Asbestslachtoffers van mening dat het Instituut Asbestslachtoffers alle slachtoffers altijd op de mogelijkheid van juridische bijstand moet wijzen en dat dit zo spoedig mogelijk moet gebeuren. De vrijwilligers van het Comité Asbestslachtoffers helpen de asbestslachtoffers bij het vinden van goede, betrouwbare adviseurs en professionele bijstand.
Wie zijn de mensen achter het Comité?
Bob Ruers
Tinka de Bruin
Vincent Mulder
Paul Swuste
Ton Witteman
De juridisch adviseurs van het Comité
mr. dr. R.F. Ruers (Bob)
mr. M.H.M. Verbeemen (Monique)
mr. G.J. Knotter (Govert-Jan)
De medisch adviseurs van het Comité
Anneke de Bres
dr. J.H. Schouwink (Hugo)